De vermiljoenkever Cucujus cinnaberinus werd in 2012 voor het eerst in Nederland ontdekt (in Noord-Brabant) en is sindsdien bezig met een gestage uitbreiding richting het Noorden. Inmiddels komt hij in vijf provincies voor. Dit rapport beschrijft de opmars van deze beschermde soort in de provincie Utrecht, naar aanleiding van een inventarisatie in de winters van 2024–2025 en 2025–2026. Een eerdere inventarisatie in Utrecht (2018) leverde niets op, maar in 2025 werden voor het eerst larven gevonden in het gebied Overlangbroek. Naar aanleiding daarvan zijn in opdracht van Provincie Utrecht ruim 200 dode boomstammen onderzocht, verspreid over 43 kilometerhokken, vooral in de zuidoostelijke helft van de provincie. De kever werd op twee plaatsen aangetroffen: in Overlangbroek (Staatsbosbeheer) en op Landgoed Kasteel Sterkenburg, beide in vers dode populieren. Een voorzichtige verdere kolonisatie van de provincie is te verwachten, via vochtige bossen langs de Nederrijn/Lek/Kromme Rijn, waarbij Vijfheerenlanden en het Kromme Rijngebied vermoedelijk binnen enkele jaren bewoond zullen zijn, en op middellange termijn (~10 jaar) mogelijk ook noordelijkere gebieden.
De soort is beschermd via de Europese Habitatrichtlijn (bijlagen II en IV), verankerd in de Omgevingswet, maar in de praktijk is er nog weinig bekendheid en uitvoering. Enkele aanbevelingen voor beschermingsmaatregelen zijn: periodieke provincie-brede inventarisaties, een werkprotocol voor monitoring (om schade aan doodhoutbiotoop te beperken), aandacht voor de soort bij quick scans en natuurtoetsen, behoud van oudere bomen en vochtig bos, en het waarderen en behouden van dood hout en kwijnende loofbomen, met name (cultuur)populier, als belangrijke broedboom.