Herkenning
De herfsthangmatspin heeft een lichtbruin kopborststuk waarop een stemvork-achtige tekening zichtbaar is. Het patroon op het achterlijf is zeer kenmerkend en bestaat uit enkele donkere driehoekjes onder elkaar (een soort kerstboompje), met aan weerszijden witte banden. De zijkanten en onderkant van het achterlijf is donker gekleurd. De mannetjes zijn slanker dan de vrouwtjes en hebben grote gifkaken. Vrouwtjes worden 5 tot 6.6 mm groot, mannetjes 4.6 tot 6 mm. De webben bestaan uit een soort horizontale matjes met daarboven verticale draden die ver naar boven kunnen doorlopen.
Levenswijze
Herfsthangmatspinnen bouwen hun webben in struiken en bomen. Ze hangen doorgaans ondersteboven onder het matje van het web, waar ze wachten op een prooi. Zodra er een vlieg, mug of ander klein insect tegen de verticale draden aanvliegt, komt deze in het horizontale matje terecht. Door middel van de trillingen die dit veroorzaakt kan de spin de prooi lokaliseren en wordt deze vervolgens door het web heen geïnjecteerd met gif.
De volwassen spinnen zijn actief van augustus tot oktober. In september vindt meestal de paring plaats, waarbij de vrouwtjes lokstoffen genereren om mannetjes te lokken. Opvallend is dat het mannetje rond de paring in het web van het vrouwtje verblijft, om er zeker van te zijn dat er geen andere mannetjes met het vrouwtje paren. Zo kan het mannetje zich verzekeren van nageslacht. Overigens is dit ‘samenwonen’ alleen mogelijk tijdens de paartijd, want daarbuiten wil het vrouwtje het mannetje nog weleens voor een prooi aanzien. De nakomelingen overwinteren in een eicocon en zullen het opvolgende jaar uitkomen.

Verspreiding
De herfsthangmatspin is een algemene soort en komt met name voor in Noord- en Midden-Europa. In Nederland is de spin vrijwel overal te vinden. Ze komt onder meer voor in parken, tuinen, vochtige bossen en open graslanden. In de herfst kunnen de webben in grote aantallen naast elkaar worden aangetroffen.