Subgroep

Breedvoetvliegen

Platypezidae en Opetiidae

Breedvoetvliegen danken hun naam aan de verbrede achtertarsen. De larven leven in paddenstoelen. De meeste breedvoetvliegen zijn heel specifiek afhankelijk van een bepaalde zwam. Zo komt de tonderzwambreedvoet alleen voor in de platte tonderzwam, en veroorzaakt daar opvallende tepelgallen. Uit Nederland zijn 37 soorten breedvoetvliegen bekend. De basterdbreedvoetvliegen (Opetiidae) zijn nauw verwant aan de breedvoetvliegen. In Nederland is deze familie met één soort vertegenwoordigd.

Roy Kleukers

Specialist: Menno Reemer

E: menno.reemer@naturalis.nl