Tangwespen hebben hun naam te danken aan het grijporgaan aan de voorpoten van het vrouwtje. Als een soort miniatuur-bidsprinkhaan gebruikt zij deze tang om cicaden te vangen en met een steek te verdoven. Nadat er een eitje op de cicade is afgezet wordt deze losgelaten en komt al snel weer bij. De larve steekt alleen met de kop door de huid en voedt zich met de hemolymfe (insectenbloed) terwijl de cicade nog geruime tijd normaal doorleeft. Tijdens een onderzoek aan de insectenfauna in de Kennemerduinen ving tangwespen-expert Jeroen de Rond een mannetje van de gemaskerde bostangwesp Anteon faciale. Deze soort was tot nu toe alleen bekend van het Zweedse Gotland en uit het Britse Lancashire. De precieze gastheren zijn niet bekend, maar uit de betanding van de grijpers is af te leiden dat dit dwergcicaden uit de onderfamilie Deltocephalinae zullen zijn.
Tekst: Martijn Kos, EIS Kenniscentrum Insecten
Bron: Rond, J. de 2026. Insecten in stuivende zeeduinen. Derde effectmeting van een verstuivingsexperiment in de Noordwestelijke Natuurkern van de Kennemerduinen.