Uiterlijke kenmerken
Het bladbruintje is een relatief grote bruine gaasvlieg met een voorvleugellengte van 11-16 mm. De volwassen dieren zijn volledig bruin en de voorvleugels hebben een uitholling aan de achterrand en twee donkere zwarte dwarsaders, waardoor ze goed te onderscheiden zijn van andere soorten bruine gaasvliegen. Het uiterlijk doet denken aan een dood blaadje, zeker als het bladbruintje zijn kop intrekt in de richting van het achterlijf. Over het uiterlijk van de larven is tot dusver weinig bekend.

Levenswijze
Bladbruintjes zijn gebonden aan loofbomen en struiken, op naaldbomen worden ze minder vaak waargenomen. Ze hebben een breed habitat, zo komen ze in stedelijk gebied voor op fruitbomen en zijn ze ook in beukenbossen aan te treffen. Vrouwtjes leggen hun eieren op takken of bladeren. De larven komen veelvuldig voor op iep, eik en vlier, waar ze veel bladluizen kunnen verorberen. De soort overwintert als larve in een cocon en verpopt zich in het vroege voorjaar. Mogelijk zijn er ook exemplaren die als imago overwinteren. Het bladbruintje kent een lange vliegtijd en is bijna het hele jaar door te vinden, met een piek tussen april en oktober.
Verspreiding
Het bladbruintje komt verspreid over Nederland voor in kleine aantallen. De soort kent ook een brede verspreiding in Centraal- en Noord-Europa, maar is nooit talrijk aanwezig.
Aanvulende gegevens welkom
Heb je een bladbruintje gezien? Voer hem dan in op Waarneming.nl. Dat kan ook zonder account via deze link. Op deze manier kan de verspreiding van de soort worden gemonitord.