Uiterlijke kenmerken
De kerkzesoog is een vrij forse, donker gekleurde spin. Vrouwtjes kunnen 13-22 mm groot worden, mannetjes tussen de 10-15 mm groot. De vrouwtjes zijn van de mannetjes te onderscheiden aan de hand van hun metallicgroene kaken en zwarte achterlijf, bij de mannetjes zijn de kaken bronskleurig en is het achterlijf meer getekend, net als bij de jongen. Het achterlijf is cilindrisch van vorm. Zoals de naam al aangeeft heeft de soort zes ogen in plaats van de gebruikelijke acht. De webben bestaan uit een buisvormige constructie waar de spin zich in verschuilt, met struikeldraden die naar buiten lopen.
Leefwijze
De kerkzesoog maakt een trechtervormige schuilplaats in kieren van muren, in rotsspleten en in verborgen hoekjes van gebouwen. Vanuit deze schuilplaats lopen meerdere struikeldraden, waar de spin mee in contact staat door de drie voorste pootparen buiten de schuilplaats te steken. Als een prooi op een struikeldraad terechtkomt, schiet de kerkzesoog naar buiten en sleept de prooi de schuilplaats in.

Verspreiding
Van oorsprong komt de kerkzesoog uit Zuid-Europa. De soort komt daar met name voor langs de kustgebieden. Al sinds ruim een eeuw is de kerkzesoog bekend uit Zeeland. Daar komt hij voor in Zeeuws-Vlaanderen, Noord- en Zuid-Beveland, Walcheren en Schouwen-Duiveland, in vrijwel elk dorp of elke stad. Dat de spin daar zo goed gedijt heeft waarschijnlijk te maken met het milde zeeklimaat. Later werd de soort ook in enkele grote steden gevonden, zoals Rotterdam, ‘s-Gravenhage en Amsterdam. Inmiddels is de soort vrijwel overal in Nederland te vinden, maar de spin komt het meest voor in de westelijke kustgebieden.
Aanvullende gegevens welkom
Om een zo goed mogelijk beeld te krijgen van de verspreiding van deze soort in Nederland, wordt gevraagd om waarnemingen in te voeren via Waarneming.nl. Dit kan eventueel ook zonder account via deze link.