Soort

Gewone meikever

Melolontha melolontha

De meikever is een grote, opvallende kever die vooral in mei veel wordt gezien. Hij heeft bruine dekschilden, een donker lichaam en opvallende waaiervormige voelsprieten. Meikevers zijn vooral ’s avonds actief en vliegen dan vaak luid zoemend rond bomen en straatverlichting. In Nederland komen vooral de gewone meikever en de bosmeikever voor. De gewone meikever is een algemene soort en komt op veel plekken in Nederland voor. De soort heeft een voorkeur voor bossen en graslanden, maar kan ook in parken en tuinen worden aangetroffen. De larven leven meerdere jaren onder de grond, waar ze zich voeden met wortels van planten en gras. Volwassen meikevers eten bladeren van bomen zoals eiken en berken.

Orde: Kevers (Coleoptera)
Familie: Bladsprietkevers (Scarabaeidae)
Exoot: Nee
Voorkomen: Algemeen
Habitat: Open plekken in bossen, bosranden en open velden met gras als begroeiing
Tim Faasen

Herkenning

De twee soorten meikevers zijn van elkaar te onderscheiden aan de vorm van de punt van het achterlijf en de kleur van het halsschild. Bij de gewone meikever is het halsschild meestal donkerder, terwijl dit bij de bosmeikever vaak lichter van kleur is. Ook de verspreiding verschilt: de bosmeikever heeft een voorkeur voor droge zandgronden en komt daarom vaker voor in de Hollandse duinen en op de Veluwe. In andere delen van Nederland is deze soort zeldzaam en wordt vaker de gewone meikever aangetroffen.

Ook de witte, C-vormige larven zijn van elkaar te onderscheiden. Bij de gewone meikever is het pronotum donkerder, terwijl dit bij de bosmeikever lichter is.


Levenswijze

Meikevers brengen het grootste deel van hun leven onder de grond door als larve. Deze larven, ook wel engerlingen genoemd, leven drie tot vier jaar in de bodem en voeden zich met wortels van planten. Daardoor kunnen ze schade veroorzaken aan grasvelden, landbouwgewassen en jonge bomen.

Wanneer de temperatuur in het najaar daalt, kruipen de larven dieper de grond in om te overwinteren. Aan het einde van de zomer maken volgroeide larven een popkamer op ongeveer 30 tot 40 centimeter diepte, waarin ze verpoppen. De volwassen kever verschijnt enkele weken later in de herfst, maar blijft nog in de grond totdat het in het voorjaar warm genoeg is om uit te vliegen.

Omdat de ontwikkeling meerdere jaren duurt, verschijnen grote aantallen meikevers vaak in golven van drie tot vier jaar. De volwassen kevers zijn maar kort actief: meestal van eind april tot begin juni. In deze periode vliegen ze vooral tijdens warme avonden rond om te eten, te paren en eitjes af te zetten. Ze eten daarbij onder andere bladeren van eikenbomen.

Mannetjes vinden vrouwtjes met behulp van feromonen. Hun grote antennes zijn zeer gevoelig voor deze geurstoffen. Tijdens de paring valt op dat het mannetje zich vaak achterover laat hangen, waardoor het tijdelijk door het vrouwtje wordt meegesleept.

Mannetje en vrouwtje gewone meikever. Foto’s Jitte Groothuis.


Verstoring door licht

Meikevers worden sterk aangetrokken door kunstlicht. Vooral tijdens warme avonden in de schemering zijn ze actief en vliegen ze massaal rond lantaarnpalen en verlichte gebouwen. Omdat ze normaal navigeren op maanlicht, raken ze door kunstlicht gedesoriënteerd. Daardoor vliegen ze soms tegen ramen aan of belanden ze binnenshuis.


Verspreiding

De gewone meikever is in Nederland een algemene soort die voorkomt in bossen, graslanden, parken en tuinen. Toch zijn meikevers tegenwoordig minder talrijk dan vroeger. In het verleden werden ze actief bestreden met pesticiden en door het verzamelen van volwassen kevers om plagen te voorkomen. Sinds de twintigste eeuw neemt de soort langzaam weer toe. Dat kan lokaal voor overlast zorgen, maar meikevers zijn ook een belangrijke voedselbron voor vogels, vleermuizen, egels en andere insecteneters.

Delen via:

Ook interessant