Herkenning
De bonte knotswesp is een kleine wesp met een langgerekt lichaam. Het mannetje is zwart en heeft witte vlekken op de kop, het borststuk en het achterlijf. Het vrouwtje is ook zwart met witte vlekken, maar de voorste helft van het achterlijf is rood van kleur, wat haar een bont uiterlijk geeft. Het mannetje heeft verdikte, knotsvormige antennen, bij het vrouwtje zijn de antennen niet verdikt. Daarnaast heeft het mannetje een dwarskiel voorop de kop. Bij beide geslachten zijn de poten volledig zwart, hoewel de basis van de voorschenen soms lichter kan zijn. Vrouwtjes worden 8-13 mm groot, mannetjes 7-11 mm.

Levenswijze
De volwassen bonte knotswespen vliegen vanaf april tot september. Na de paring gaat het vrouwtje op zoek naar nesten van metselbijen (geslacht Osmia). Deze nesten bevinden zich onder meer in holtes in muren, nestblokken en bijenhotels, die door het vrouwtje worden geïnspecteerd. Als ze een geschikt bijennest heeft gevonden, legt ze hier één of meerdere eitjes in zonder dat de bij het doorheeft. De larve van de knotswesp komt eerder uit dan de bijenlarve, die het eitje van de bij opeet met zijn stevige kaken. Eventuele andere knotswesplarven worden ook opgegeten, zodat er uiteindelijk één knotswesplarve overblijft. Nadat deze larve is verveld, eet hij het aanwezige stuifmeel op wat door de bij verzameld was als voedsel voor de bijenlarve. Als al het voedsel op is, spint de larve zich in en brengt de winter door als volwassen knotswesp in een cocon. Zodra de metselbijen weer actief zijn, komt er een nieuwe generatie knotswespen tevoorschijn.

Verspreiding
De bonte knotswesp is in Nederland vrij algemeen en komt voornamelijk voor in stedelijk gebied, in parken, tuinen en in de buurt van bijenhotels. Daarnaast is de soort te vinden op de hoge zandgronden en aan de kust. Ze zijn nooit in grote aantallen aanwezig.