Soort

Grote wantsendoder

Astata boops

De grote wantsendoder is een graafwesp die met name voorkomt op de Nederlandse zandgronden, maar die ook in stedelijk gebied te vinden is. De soort is ongeveer 10-13 mm groot en heeft een rood-zwart achterlijf. Grote wantsendoders bewegen zich met snelle bewegingen over zanderige bodems. Het vrouwtje jaagt op wantsen, die versleept worden naar een uitgegraven nest en als voedsel dienen voor de larven. In Nederland komen vijf soorten wantsendoders voor uit de geslachten Astata en Dryudella. Hiervan is de grote wantsendoder de algemeenste soort.

Orde: Vliesvleugeligen (Hymenoptera)
Familie: Wantsendoders (Astatidae)
Exoot: Nee
Voorkomen: Algemeen
Habitat: Zandgronden en stedelijk gebied
Arnold Wijker

Herkenning

De grote wantsendoder heeft een rood-zwart gekleurd achterlijf en een volledig zwarte kop. Hiermee is de soort te onderscheiden van de wantsendoders van het geslacht Dryudella, die witte vlekken voorop de kop hebben. Onderscheid met de kleine wantsendoder Astata minor is lastiger. Mannetjes van de grote wantsendoder hebben twee verdikte klieren of tyloïden op de onderkant van de middelste antenneleden, mannetjes van de kleine wantsendoder hebben er drie. Vrouwtjes van de grote wantsendoder hebben volledig zwarte voorschenen en voorbasitarsen, vrouwtjes van de kleine wantsendoder hebben deels roodbruine tot gele voorschenen en roodbruine voorbasitarsen.

De vrouwtjes en mannetjes zijn onderling goed van elkaar te onderscheiden aan de hand van de plaatsing van de ogen. Bij het vrouwtje zijn de ogen gescheiden, bij het mannetje staan de ogen tegen elkaar aan. Vrouwtjes worden tussen de 10-13 mm groot, mannetjes tussen de 9-11 mm.


Levenswijze

De imago’s vliegen van half mei tot half september. In hun zoektocht naar vrouwtjes maken mannetjes gebruik van een hoge uitkijkpost, zoals een paaltje, steen of graspol, waarbij ze territoriaal gedrag vertonen. Nadat het mannetje gepaard heeft met het vrouwtje graaft het vrouwtje een nest uit in een zanderige bodem. Zonnige, steile hellingen hebben hierbij de voorkeur. De nestgang is zo’n 10 centimeter diep en bevat één tot drie nestcellen. Het vrouwtje gaat vervolgens op jacht naar nimfen van schildwantsen, die zij naar het nest versleept en uiteindelijk in de nestcellen deponeert. Bij de prooien worden eitjes gelegd, zodat de larven al van voedsel zijn voorzien wanneer ze uitkomen. Een nestcel kan twee tot maar liefst 15 wantsen bevatten!

Vrouwtje grote wantsendoder met een jonge schildwants als prooi. Foto John Bouwmans.


Parasieten

De grote wantsendoder wordt geparasiteerd door de goudwespen Holopyga generosa en Hedychridium roseum. Deze soorten leggen hun eigen eitjes specifiek in de nestcellen van grote wantsendoders. Wanneer de larven van de goudwespen uitkomen, worden de wantsendoderlarven en de gevangen wantsen opgegeten. Om die reden worden goudwespen ook wel ‘koekoekswespen’ genoemd.


Verspreiding

De grote wantsendoder is algemeen en komt overal in Nederland voor, zowel op de binnenlandse zandgronden als in stedelijk gebied.

Delen via:

Ook interessant