In Nederland komen zo’n 27.000 diersoorten voor, waarvan het overgrote merendeel bestaat uit ongewervelden. En daarvan zijn er weer ruim 25.000 insecten. Op allerlei plekken op internet kun je goede soortinformatie vinden, zoals op Waarneming.nl en Nederlandsesoorten.nl. Op die laatste website zijn vooral veel exoten uitgewerkt. Hier op de website van EIS zijn enkele soorten die beleidsrelevant zijn (zoals vliegend hert) of anderszins in de belangstelling staan (zoals de walnoorboorvlieg). In de loop van de tijd zullen nieuwe soorten worden toegevoegd.
Leuctra fusca
De late naaldsteenvlieg is een zeer zeldzame steenvlieg die in beken voorkomt. Sinds 2024 is deze soort weer bevestigd terug in Nederland. Herkenning is relatief eenvoudig, mede door de late vliegtijd.
Osmoderma eremita
In 2020 werd de juchtleerkever (Osmoderma eremita) voor het eerst sinds 1946 weer aangetroffen in Nederland. De vindplaats was in Zuid-Limburg in een holle knotwilg. De juchtleerkever leeft zeer onopvallend in boomholtes en het is niet ondenkbaar dat er meer populaties aanwezig zijn.
Procambarus clarkii
De rode Amerikaanse rivierkreeft is een invasieve exoot die sinds 1985 in Nederland voorkomt. De soort komt oorspronkelijk uit Noord-Amerika en is begin jaren 70 in Europa (Spanje) geïntroduceerd. Rode Amerikaanse rivierkreeften worden met name in het najaar vaak gezien op straat, waarbij ze ter verdediging hun scharen omhoog brengen. Op sommige plekken kunnen de kreeften massaal voorkomen, waarbij ze schade kunnen aanrichten aan het ecosysteem.
Steatoda paykulliana
De valse weduwe kennen we in Nederland slechts van een handvol vondsten tussen ingevoerde producten, meestal groente en fruit. Deze soort lijkt zich voorlopig na een versleping nergens te vestigen in gebouwen of buiten. Vrouwtjes van deze kogelspin zijn met een lichaamslengte van 8 – 13 mm fors. Mannetjes zijn wederom klein: 4 – 5.6mm. Het lichaam van het vrouwtje is erg donker tot zwart en heeft een gele, oranje of felrode band aan de voorkant en soms langs de zijden en over de bovenkant van het achterlichaam.
Steatoda triangulosa
De huissteatoda komt al circa vier of vijf decennia voor in Nederland en is gezien in (bijna) alle provincies. Deze soort is sterk gebonden aan gebouwen, maar er zijn enkele plekken waar ze buiten leeft. De huissteatoda is niet zo groot, met een lichaamslengte van maximaal 5 mm. De tekening op de rug is vrij kenmerkend (maar variabel) met een rij van witte ruiten die in het midden rood zijn.
Steatoda nobilis
De reuzensteatoda is in 2012 in Nederland ontdekt en laat ook een gestage opmars zien met inmiddels vondsten uit bijna alle provincies. Deze spin wordt zowel buiten in rommelige, verstoorde gebieden gezien als in gebouwen. Het is een grote spin, met een lichaamslengte van 8,5 tot 14 mm. Het mannetje is kleiner: 7 – 10 mm. Op het achterlichaam staat een vierkante lichte tekening met een punt aan de voorzijde en meestal lijntjes die naar de zijkanten lopen.
Steatoda grossa
De grote steatoda is een soort exotische kogelspin die al sinds lange tijd in kassen leeft, maar tegenwoordig veel in en om gebouwen te vinden is. Ze wordt vaak aangezien voor een zwarte weduwe, maar een beet van deze spin is ongevaarlijk. De vrouwtjes leiden een teruggetrokken bestaan in verborgen hoekjes, waar ze ondersteboven in hun webben hangen.
Latrodectus hesperus
Alle spinnen hebben gif in hun kaken om hun prooien te doden. Verreweg de meeste soorten kunnen de menselijke huid niet doorboren en zijn dus volkomen ongevaarlijk. Kogelspinnen uit het genus Latrodectus vormen hierop een uitzondering; zij kunnen wel mensen bijten en zo hun gif inbrengen. De symptomen na een beet zijn vrij ernstig, maar bij gezonde mensen verdwijnen de klachten na enkele dagen. Het Nationaal Serum Depot (in Bilthoven) heeft antiserum beschikbaar.
Vespa velutina
De geelpoothoornaar (voorheen: Aziatische hoornaar, zie ook dit artikel) is een invasieve exoot die sinds 2017 in Nederland voorkomt. De soort is opgenomen op de Unielijst van de EU-exotenverordening, omdat ze schadelijk is voor honingbijen en inheemse insecten. Het menu van deze wesp bestaat namelijk voor een fors deel uit honingbijen. Imkers vrezen deze nieuwe bedreiging voor de toch al veelgeplaagde honingbijen. Er circuleren nogal wat sensatieverhalen over hoornaars op het internet, maar zowel de geelpoothoornaar als de Europese hoornaar zijn normaal niet agressief. Alleen als hun nest verstoord wordt kunnen ze mensen aanvallen.
Lucanus cervus
Het vliegend hert Lucanus cervus is de grootste Nederlandse kever. Vooral de mannetjes spreken tot de verbeelding, zij zijn tot wel 9 cm groot en hebben immense gewei-vormige kaken. Deze indrukwekkende kaken worden slechts gebruikt om rivaliserende mannetjes en gewillige vrouwtjes te imponeren en niet om mee te eten. De vrouwtjes zien er minder opvallend uit, ze missen deze markante kaken en zijn veelal een stuk kleiner.
Het vliegend hert heeft zijn naam te danken aan die imposante kaken van de mannetjes die lijken op een hertengewei. Ook de wetenschappelijk naam is hiervan afgeleid: Cervus is de geslachtsnaam voor herten, de wetenschappelijk naam voor edelhert is Cervus elaphus.