In Nederland komen zo’n 27.000 diersoorten voor, waarvan het overgrote merendeel bestaat uit ongewervelden. En daarvan zijn er weer ruim 25.000 insecten. Op allerlei plekken op internet kun je goede soortinformatie vinden, zoals op Waarneming.nl en Nederlandsesoorten.nl. Op die laatste website zijn vooral veel exoten uitgewerkt. Hier op de website van EIS zijn enkele soorten die beleidsrelevant zijn (zoals vliegend hert) of anderszins in de belangstelling staan (zoals de walnoorboorvlieg). In de loop van de tijd zullen nieuwe soorten worden toegevoegd.
Argiope bruennichi
De wespspin is naar Nederlandse maatstaven een forse spin. Hij behoort tot de familie van de wielwebspinen (Araneidae), waartoe ook onze kruisspinnen behoren. Dankzij het opvallende, exotische uiterlijk van het volgroeide vrouwtje met haar geelzwarte dwarsgebandeerde achterlijf wordt deze spin nogal snel waargenomen en gemeld. Het zijn vrijwel uitsluitend de vrouwtjes die worden gezien. Vanwege de grote aandacht voor deze opvallende soort werd hij in 2001 als Spin van het jaar in Europa uitgekozen. In 2007 werd hij uitverkoren als dier van de maand (augustus), een actie van de Stichting VOFF.
Dolomedes plantarius
De grote gerande oeverspin is één van onze grotere spinnensoorten. Ze behoort tot de familie van de Prachtspinnen (Pisauridae). Omdat het dier vooral in de oevervegetatie van laagveenplassen en op de vegetatie in verlandende watergangen leeft en daar meestal doodstil zit, wordt de soort weinig waargenomen. Beheerders van natuurterreinen zijn er meestal wel mee vertrouwd. Wie op de juiste plaatsen gaat zoeken kan dit fraaie dier in ons land in grote aantallen vinden.
Gryllotalpa gryllotalpa
De veenmol is geen mol, maar een insect van 4 à 5 cm met stevige graafpoten. Hij is verwant aan de krekels. Het lichaam is bruin van kleur en fluweelachtig behaard. Het dier heeft twee paar vleugels: de voorvleugels reiken tot halverwege het achterlijf en de achtervleugels tot aan of voorbij de achterlijfspunt.
Leuctra fusca
De late naaldsteenvlieg is een zeer zeldzame steenvlieg die in beken voorkomt. Sinds 2024 is deze soort weer bevestigd terug in Nederland. Herkenning is relatief eenvoudig, mede door de late vliegtijd.
Osmoderma eremita
In 2020 werd de juchtleerkever (Osmoderma eremita) voor het eerst sinds 1946 weer aangetroffen in Nederland. De vindplaats was in Zuid-Limburg in een holle knotwilg. De juchtleerkever leeft zeer onopvallend in boomholtes en het is niet ondenkbaar dat er meer populaties aanwezig zijn.
Steatoda paykulliana
De valse weduwe kennen we in Nederland slechts van een handvol vondsten tussen ingevoerde producten, meestal groente en fruit. Deze soort lijkt zich voorlopig na een versleping nergens te vestigen in gebouwen of buiten. Vrouwtjes van deze kogelspin zijn met een lichaamslengte van 8 – 13 mm fors. Mannetjes zijn wederom klein: 4 – 5.6mm. Het lichaam van het vrouwtje is erg donker tot zwart en heeft een gele, oranje of felrode band aan de voorkant en soms langs de zijden en over de bovenkant van het achterlichaam.
Steatoda triangulosa
De huissteatoda komt al circa vier of vijf decennia voor in Nederland en is gezien in (bijna) alle provincies. Deze soort is sterk gebonden aan gebouwen, maar er zijn enkele plekken waar ze buiten leeft. De huissteatoda is niet zo groot, met een lichaamslengte van maximaal 5 mm. De tekening op de rug is vrij kenmerkend (maar variabel) met een rij van witte ruiten die in het midden rood zijn.
Steatoda nobilis
De reuzensteatoda is in 2012 in Nederland ontdekt en laat ook een gestage opmars zien met inmiddels vondsten uit bijna alle provincies. Deze spin wordt zowel buiten in rommelige, verstoorde gebieden gezien als in gebouwen. Het is een grote spin, met een lichaamslengte van 8,5 tot 14 mm. Het mannetje is kleiner: 7 – 10 mm. Op het achterlichaam staat een vierkante lichte tekening met een punt aan de voorzijde en meestal lijntjes die naar de zijkanten lopen.