Soorten

In Nederland komen zo’n 27.000 diersoorten voor, waarvan het overgrote merendeel bestaat uit ongewervelden. En daarvan zijn er weer ruim 25.000 insecten. Op allerlei plekken op internet kun je goede soortinformatie vinden, zoals op Waarneming.nl en Nederlandsesoorten.nl. Op die laatste website zijn vooral veel exoten uitgewerkt. Hier op de website van EIS zijn enkele soorten die beleidsrelevant zijn (zoals vliegend hert) of anderszins in de belangstelling staan (zoals de walnoorboorvlieg). In de loop van de tijd zullen nieuwe soorten worden toegevoegd.  

Sjoerd Kaarsemaker

Alle soorten

Jitte Groothuis

Tapinoma nigerrimum-complex

Mediterrane draaigatjes bestaan uit een complex van vier soorten die nauwelijks van elkaar te onderscheiden zijn, vandaar dat hier de naam van de soortengroep wordt gebruikt: Tapinoma nigerrimum-complex. In Nederland zijn drie van de vier soorten vastgesteld: Westmediterraan draaigatje T. magnum, Iberisch draaigatje T. ibericum en Mediterraan kustdraaigatje T. darioi. Voor het gemak hebben we het hieronder wel steeds over ‘de’ soort en ‘het’ mediterraan draaigatje, ook omdat de gedragingen van de verschillende soorten vrijwel geheel overeenstemmen. EIS ontdekte deze mieren in 2013 nieuw voor Nederland en doet sinds dat jaar intensief onderzoek aan gedrag, overlast, biologie en beheersing; hierdoor is bij ons unieke kennis over de soort aanwezig.

Roy Kleukers

Rhagoletis completa

De walnootboorvlieg is een Noord-Amerikaanse soort, die ongeveer 35 jaar geleden in Europa is geïntroduceerd. In het Middellandse Zeegbied vormt de soort een plaag in boomgaarden met Juglans spp. Sinds 2007/2008 heeft de walnootboorvlieg zich verder binnen Europa verspreid.

Bram Koese

Astacus astacus

De Europese rivierkreeft Astacus astacus is de enige soort rivierkreeft die inheems is in Nederland. Populaties van de Europese rivierkreeft staan in vrijwel alle leefgebieden in Europa onder druk. In Nederland komt de soort nog maar op één locatie nabij Arnhem voor. De kreeft wordt bedreigd door habitatverlies en de introductie van kreeftenpest door exotische rivierkreeften.

Bram Koese

Graphoderus bilineatus

Met een lengte van circa 15 mm behoort de gestreepte waterroofkever tot de grotere soorten waterroofkevers. Kenmerkend zijn de eivormige omtrek en de brede gele dwarsband op het halsschild, die aan voor- en achterzijde begrensd wordt door een smalle zwarte band. Bij de andere Nederlandse soorten van het genus Graphoderus, G. cinereus en G. zonatus, is de gele band op het halsschild veel smaller. Bovendien zijn beide soorten minder eivormig. Karakteristiek voor G. bilineatus is verder de insnoering van de epipleuren (= dekschildomslagen) ter hoogte van het eerste sterniet. Bij de andere soorten worden de epipleuren naar achteren geleidelijk smaller. Tenslotte is de onderzijde van G. bilineatus bleekgeel, terwijl deze bij beide andere soorten meer oranje getint is. De volwassen kever is met alle gangbare determinatiesleutels (Schaeflein 1971, van Nieukerken 1992, Nilsson & Holmen 1995) eenvoudig te determineren. De larven in het derde stadium kunnen metrisch van elkaar onderscheiden worden (Cuppen & Koese 2005).

Bram Koese

Hirudo medicinalis

De Medicinale bloedzuiger is een forse, fraaie bloedzuiger, beschermd onder bijlage V van de habitatrichtlijn. Op deze lijst staan soorten met een ‘exploitatie’-risico. De soort werd vroeger veel gebruikt voor medicinale doeleinden en nog steeds is er vraag naar dieren voor therapie en alternatieve (wond)genezing. De medicinale bloedzuiger parasiteert gedurende de ontwikkeling achtereenvolgens op waterslakken, amfibieën en zoogdieren. Door verdroging, verzuring en versnippering zijn er relatief weinig plekken waar deze combinatie van gastheren duurzaam naast elkaar te vinden zijn. De medicinale bloedzuiger is daarmee een zeldzame soort.

Rick Buesink

Elater ferrugineus

De roestbruine kniptor is de grootste Nederlandse kniptorsoort, die schaars in Nederland voorkomt. De roestbruine kniptor is een zeldzame, indicatieve soort voor de aanwezigheid van hoge aantallen vermolmde, holle bomen. De soort jaagt op larven van andere insecten, zoals gouden torren, klein vliegend hert en de zeldzame juchtleerkever.

Daan Drukker

Osmylus fulvicephalus

De watergaasvlieg is één van de opvallendste en makkelijkst te herkennen gaasvliegen. De dieren zijn 4 tot 5 cm groot, hebben een roodachtige kop en vleugels met een zwart vlekkenpatroon. De soort is vrij zeldzaam, maar veel mensen die regelmatig langs stromend water lopen hebben hem wel eens gezien.

Rick Buesink

Eresus sandaliatus

De lentevuurspin is een van de opvallendste spinnen van Nederland. Wie hem ziet herkent hem direct: een zwarte spin met stevige, korte poten en een knalrood achterlijf met zwarte stippen in een vierkant. De achterpoten zijn gedeeltelijk rood behaard en alle poten hebben witte ringbandjes. In ons land is de soort niet te verwarren met enig andere soort. Het dier is ongeveer 1 cm lang. Wie een dergelijk dier ziet heeft te maken met het mannetje van de lentevuurspin. Vroeger werd deze soort zwarte kaardespin genoemd. Het volgroeide vrouwtje is veel groter, tot ongeveer 2 cm lang, en afgezien van wat verspreide gelige beharing helemaal zwart, maar ze wordt vrijwel nooit gezien omdat zij ingegraven in de grond leeft.

John Smit

Argiope bruennichi

De wespspin is naar Nederlandse maatstaven een forse spin. Hij behoort tot de familie van de wielwebspinen (Araneidae), waartoe ook onze kruisspinnen behoren. Dankzij het opvallende, exotische uiterlijk van het volgroeide vrouwtje met haar geelzwarte dwarsgebandeerde achterlijf wordt deze spin nogal snel waargenomen en gemeld. Het zijn vrijwel uitsluitend de vrouwtjes die worden gezien. Vanwege de grote aandacht voor deze opvallende soort werd hij in 2001 als Spin van het jaar in Europa uitgekozen. In 2007 werd hij uitverkoren als dier van de maand (augustus), een actie van de Stichting VOFF.

John Smit

Dolomedes plantarius

De grote gerande oeverspin is één van onze grotere spinnensoorten. Ze behoort tot de familie van de Prachtspinnen (Pisauridae). Omdat het dier vooral in de oevervegetatie van laagveenplassen en op de vegetatie in verlandende watergangen leeft en daar meestal doodstil zit, wordt de soort weinig waargenomen. Beheerders van natuurterreinen zijn er meestal wel mee vertrouwd. Wie op de juiste plaatsen gaat zoeken kan dit fraaie dier in ons land in grote aantallen vinden.