Herkenning
De twaalf Nederlandse soorten muurwespen lijken sterk op elkaar. De ingesneden muurwesp is moeilijk te onderscheiden van de epauletmuurwesp (A. gazella) en glasvleugelmuurwesp (A. claripennis). Een V-vormige inkeping in de dwarsrichel van het eerste achterlijfssegment (eerste tergiet) is een belangrijk onderscheidend kenmerk.
De mannetjes zijn 8–11 mm lang. De vrouwtjes zijn iets groter en bereiken een lengte van 10–13 mm.
Levenswijze
De ingesneden muurwesp bewoont voornamelijk ruderale terreinen, maar komt ook voor in tuinen en parken. De vliegtijd is lang en loopt van half april tot eind september, met incidentele waarnemingen in oktober.
De ingesneden muurwesp kent twee generaties per jaar. Het nest wordt aangelegd in allerlei bovengrondse holten, bijvoorbeeld in muren en houten palen. Per broedcel verzamelt het vrouwtje twee tot vier rupsen van kleine vlinders, waarna zij de cel met klei afsluit. Het aantal verzamelde rupsen bepaalt hoeveel broedcellen in een nestgang worden aangelegd. Wanneer alle broedcellen zijn gevuld, sluit zij het nest af met een extra dikke prop van zaagsel en klei, vermengd met water dat zij in haar krop heeft meegevoerd.
Muurwespen worden geparasiteerd door de schitterend gekleurde goudwesp Chrysis ignita (Chrysididae). De larve van de goudwesp komt iets eerder uit dan die van de muurwesp. Eerst eet zij het eitje van de muurwesp op, waarna zij zich voedt met de opgeslagen prooidieren in de broedcel.
Verspreiding
In Nederland is de ingesneden muurwesp algemeen en komt zij verspreid over het hele land voor.